is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'44? i va» sa Zwiis

had hij bevoorens gefchreeven zeven Zamenfpraaken, raslchen Geloovig-werkend Christen , Geflaltelijk Christen. Treurig Christen, Bekommerde enz. Deeze gaf hij eens ter leezinge aan eenen bij hem geliefden, verftandigen ea godvrugtigen vriend, welke daar in zoo veel genoege* vond, dat hij hem fterk aanraadde dezelve in her lichtte geeven. Doch hij hier toe niet kunnende befluiten verzogt die dezelve te mogen uitfehrijven; het welk hij aas zulk een dierbaaren vriend niet kon noch wilde weigeren Dan deeze liet ook die Zamenfpraaken aan anderen leezen, Van welke zommigen ze hebben nagefchreeven of Jaatea nafchnjven, het welk eindelijk ten gevolge had, dat zes daar van, buiten des Aucteurs weeten, en tegen zijn oogmerk, door eenen anderen zijn in het licht gegeeven. Een handel, over welken hij in een berigt, geplaatst in 'de Boekzaal van Maart 1778 , billijk zijn ongenoegen reeds heeft ^.kennen gegeeven , en welke renqaatig"van alle onpartijdigen is afgekeurd geworden. De Schrijver

uit dit geval geleerd hebbende, hoe het derhalven ook een» pnvoorzigtigheid van hem geweest is, dat hij dit Werkje, de IVandel op den Hemel-weg, mede voor eenige jaaren iemand had laaten nafchrijven , die zulks ook weder van anderen heeft kunnen laaten doen,, en dat langs dien weg het zelve dat eigen lot kan ondergaan als zijne Zamenfpraaken, is, om dit voor te komen, te raade geworden, het zelf in het licht te geeven; zijnde boven dien daar toe fterk aangefpoord door verftandige Godvrugtige mannen , die oordeelen dat het zelve, onder des Heeren medewerking, aan veelen, vooral eenvoudigen, tot nut zou kunnen zijn. ——- Dit oordeelen wij mede, en prijzen het daar toe hartelijk aan. Want het behelst, bij wege van zamenfpreekinge, zeer nuttige en oordeelkundige lesfen en beftieringen aangaande gewigtige ftukken van het Christendom in Zich.

Zie hier eene korte Schets van het zelve.

Een Christen befchouwt, in het eenzaame , boomen, planten en bloemen, en wordt daar door opgeleid tot verheerlijking van Gods Volmaaktheden. Hij verwondert zich over het onbetaamelijk beftaan van het ongeloof, en beklaagt het beftaan van veele Godvrugtigen, wegens hun weinig ophebben met het befchouwen van Gods onzienlijke Werken. Daar na vallen zijne gedagten, op de verfcheidene wegen en handelingen Gods met dat Volk, dat Hij naar den Hemel leidt. —- Hij ftelt zich voor, te zijn

op