is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wasdil öp dek Hemel-wkc, 44a

ö» eenen weg, welke effen, genoeglijk en veilig is. Voor Zich ziet hij twee mannen, welke ernstig zamenfpreeken; hii voegt zich bij hen, en zij fpreeken daar op met malkamderen. Hemels-gezind, (dus werdt de een ge¬

noemd) begeerde te fpreeken Tan de Hemelfche Heerlijkheid , terwijl de verkrijging van dezelve het groote doeleinde is van onze wandeling op deezen weg. Doch Vertrouwende (de andere wandelaar) geeft m bedenking, of men uit eigen belang en liefde tot zijn welzijn, de zaligheid taoge zoeken; dan of men daar toe alleen moetbewoogen worden , uit enkele liefde tot God, enz.? welke laatfte

gedagte weêrlegd wordt. Hier op zien de wandelaars

eenen man, wiens naam zij vervolgens ontdekken te zijn Veinsaart, in wien het gedrag der Huichelaaren wordt te

keer gegaan. Daar na fchilderc Hemels - gezind een

Tafreel van de Hemelfche Heerlijkheid; veele bedenkingen aangaande de gezaligden worden beantwoord, en een iegelijk aangefpoord tot zoeken van die hemelfche heerlijkheid. De wandelaars omziende, ontdekken eenen

man', die hen had beluisterd, en fcheen te fpotten met hun gefprek. Zij bevinden, dat hij wil genoemd zijn, Sterks Geest; en in deezen worden de Deïsten te keer gegaan, en aan Gods Volk wordt raad gegeeven, hoe best van hunne Atheïstifche gedagten en inwerpingen bevrijd te worden. Nu wandelen zij, fpreekende, voort; eindelijk hooren zij een getier, als door menfchen veroorzaakt, waar van zij de reden naderhand ontdekten. Intusfehen fpreeken zij van een man ; dien zij voorheen gekend hadden , en welke nog leefde; zijn naam is Werkeloos; in deezen worden weêrfprooken alle, die, misleid door hunne verkeerde begrippen omtrent de zuivere leer in Gods Woord, wegens de doodelijke onmagt van den verdorven mensch, werkeloos blijven zitten. Terwijl zij deezen beklaagden,

zagen zij voor zich eenen man, deftig gekleed, en met opgerigten hoofde. Bij hem komende, bevonden zij, dat hij was, Werkend Christen ; in welken weêrlegd wordt het ftelfel, dat een mensch zich door de natuurkragten, welke genadig aan hem zijn overgelaaten, geholpen door het Euangelium der genade, en door het zelve zedelijk verbeterd , in den weg van pligt kan ftellen , en dit doende, zeker de hoogere genade en de zaligheid kan, en moet verwagten. Zij naderen ondertusfehen dat gemelde getier , en zien aan de overzijde van een fterk ftroomend water, het Dorp Wtrtldsvermaak, in het welke de wereld-