Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

518 G. Bohkei

Dit overleg en deeze fchikking is, onzes oordeels, om meer dan eene reden, zeer gepast en nuttig. Want, om 'er dit maar alleenlijk van op te merken, de Hoogleeraar in deeze foorhereidzelen tot verklaaring van den Prediker, zoo veel gezegd hebbende, dat men daar door eenen zeer geleidelijken fleutel heeft verkreegen, om dit Bijbel-boek regt te verftaan, zoo kan en moet deszelfs febetswijze opheldering dienen, om vooraf zulk een zaakelijk begrip van den gamfchen inhoud te bekomen , dat men met des te meer' vrugt de breedcre verklaaringen en vertoogen zal kunnen nagaan, welke in het grooter werk zullen volgen.

Dit zal onze Leezer mede oordeelen en inftemmen, wanneer wij hem van het een en ander , in dit Eerfte Stuk begreepen, eenig nader verflag doen.

De Voorbereidzels beftaan uit negen Hoofdftukken.

In het Eerfte toont de Hoogleeraar, met eene bondige beantwoordinge der bedenkingen, welke zelfs voornaame mannen hier tejen geopperd hebben , dat men met allen grond voor den Opfteller deezes Boeks mag en moet houden den Koning Salomon, die in het opfchrift en befluit van

het zelve gemeld wordt, die daar in van zich zeiven

en van zijne bedrijven nauwkeurig verflag doet, ■ en

aan wien het van de oude Joodfche , gelijk ook van de Christen Kerk , altijd is toegekend.

In het Tweede Hoofdftuk merkt de Heer Bonnet aan, hoe het van aanbelang is, genoegzaame zekerheid te hebben , dat Salomon de Schrijver van dit boek is.' Want „ het berigt, het .welk de gewijde gefchiedenis van hem geeft, brengt niet'weinig toe, om verfcheidene bijzonderheden , daar in voorkomende, wel te verftaan, en, ten aanzien van het geen, uit eigene ervarenheid , door den Prediker ontraaden, aangepreezen en betoogd wordt, de levendigfte overtuiging te verkrijgen. Hierom geefc de Hooggeleerde Aucteur een kort en duidelijk vertoog van Salomons wijsheid, magt en grootheid.

„ Dan , zoo als in het begin des derden Hoofdftuks wórdt gezegd; gelijk het, tot regt gebruik van dit leerzaam boek, van veel belang is, den Schrijver als zulk een doorluchtigen en luisterrijken perfoon, ons te vertegenwoordigen, zoo is het tevens noodig, hier bij te gedenken, welke de gevolgen van al dat aardsch geluk bij hem geweest zijn. Hoe zwak de menfchelijke kragten zijn, en hoe moeijelijk het valle, de weelde te draagen, zonder van den weg der

deugd

Sluiten