is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jo van GïLSK, redevoering» B63

Zoo draalt ook oiize Geest, met aangebooren luister;

Uit zwarte fchaduwen en dikke wo;k;n,door. Zoo rasch voor't helder oog der Wijsheid al hit duü:er

Gelijk een nevel wijkt, waar in hij zich verloor.

Rijs glansrijk, rijs! en heersch, erkent in volle waarde,

6 Wijsheid! fpreidt een licht, een licht dat nooit, verdwijnt!

Heersch onbegrensd verbreidt alö:n uw wet op aarde; Alom, waar menfchen zijn, wien Zon en Maan befchijnt.

Hoe lang zal duisternis den Aardbol nog omringen?

De mensch, die nog, als blind, in donk're fchaduw dwaalt; Pöoge eens tot uwen Troon kloekmoedig door te dringen,

Waar liclit en klaarheid hem in oog en ziele ftraalt.

KU dan, riiet langer door uitwendig fchoon bedroogen, Dringt de ed'le Ziel in 't waare wezen ; bant den fchijn,

En wat haar voortaan vergenoegt houdt opgetoogen Moet waarlijk edel, groot, en haarer waardig zijn.

Zij fchuuvvt de lasten die, hoe fchoon in fchijn, ontrusten, En zoekt haar echt geluk in Aanzien, Pracht noch Geld;

Zij zoekt het alzoo min in woeste dicrfche lusten, Door welken zich de Mensch gelijk met dieren ftelt;

Zij zoekt en vindt het in de reine ftreelende armen Der Deugd, fteeds ultgafpreidt tot elks behoudenis ;

Dit; mild aan weldoen, rijk aan Goddelijk erbarmen, Van's hoogften Hemel ftamt, en zelve een Hemel is."

Redenvoering over de Achting, welke men den Leeraars en hunner bedieninge verfchuldigd is. Uitgefprooken door Jan van Gil se. Leeraar der Doopsgezinden, die hunne vergader ing beuden in het Nieuwe Huis te

■ West - Zaandam. Bij gelegenheid dat de Eerwaardige Heer Hendrik van Gelder, als Leeraar in die Gemeente openlijk erkend en verwelkomd werd, den 8 Jüly 1781. Te Amfterdam , bij Yntema en Tieboel, 1781. 50 bladz. in 4/». De Prijs is f -: 11 :-

De Heer van Gilse zegt in zijn kort Voorberigr, dat hij aan de begeerte van zommige zijner Vrienden, die deeze Leerrede gaam door den druk zagen gemeen Xx a ' ge-