Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de OOSTINDIEN. 17

Ons, lieve zoon! die wij in een land leven, alwaar het in hegtnis houden van een uur, tegen. onzen wil, als eene gevangcnfchap ftrijdig met de wetten geutaft word; ons , die wij den rijken fchat der vrijheid boven alle aardfche zegeningen fchattcn , komt de bloote gedagte van flavernij fchriklijk voor. Wanneer de ellende der flavernij nog door wreedheid verzwaard word, ontbrand onze verontwaerdiging tegen deze belediging: maar zulk een zaamgewikkeld ftuk van fchriklijkheid, waarvan ik gewaagd heb, gaat alle geloof te boven en verontwaerdiging verloor zig in verbaasdheid. Men zou weinig mannen vinden , zelfs in onze ruuwe lugtftreek, die door eenen rit van vierentwintig uuren niet geheel afgemat zouden zijn. Geen vrouw zou het in haare gedagten durven nemen. Maar, wanneer hier nog bijkomt vooreerst de dwang , dan de pijniging en het gansch niet gemaklijk tuig van het paerd — de tedere perfoon eener vrouwe , die aan het rijden niet gewoon is — de fmorende hitte Van den zak en bovenal de fchriklijke lugtftreek met bijna regtftandige hitte brandende, moet men bekennen , dat het een wonder en bijna iets bovennatuurlijks is, dat zij flegts de helft der reis uithielden. De wonderdoende hand des Almagtigen alleen kan haar er door leiden, en als ik des avonds vraagde, of zij ftervende of dood waren, en men mij zciII. Deel. B

Sluiten