is toegevoegd aan uw favorieten.

Landreize naar de Oostindiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR DE OOSTINDIEN.

99

een wild genoegen in de ellende van hunne medefchepzels voelc, zelfs wanneer zij niet het minde voordeel van hunne onmenschlijkheid kunnen trekken, en de eenige beloning, die zij bij hunne wreedheid beogen , het vergenoegen is , zig aan menschlijk lijden te verzadigen.

Zodanig, het is mij leed het te zeggen, is de gefteldheid in zommige gewesten van de Oostindiën, door welken ik geréisd heb. Schoon het gedeelte, het welk onder de heerfchappij der Engelfchen ftaat, deszelfs bevrijding van het hard juk der inboorlingen hun te danken heeft — en fchoon zij onder hunne befcherming eenen grooteren trap van geluk dan zij te voren hadden, en zelfs grooter vrijheid dan de Britten zeiven genieten, gaat nogthans de fnoode ondankbaarheid van zommigen en de verbittering, die uit eencn tegenftrijdigen godsdienst ontdaat zo verre, dar de dood en het lijden van een Engelschman, of eenig ongeluk, dat hem overkomt, hun dikwerf vreugde en vermaak verfchaft. Het was goed, indien het hier bij bleef, maar ongelukkiglijk zijn zij nog erger; want in het algemeen vind men bij hen gelijke koelheid en onverfchillighcid, of indedaad, om eigenlijker te fpreken, gelijke afkerigheid van de welvaart hunner eigen medeburgers, en dezelfde baatzugtigheid en verraderfche verdorven grondbeginzels heerfchen bijna over G 2 het