is toegevoegd aan uw favorieten.

Landreize naar de Oostindiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aaa LANDREIZE

den ; men antwoordde : na verloop van eenige uuren. Wijl dit eene zeer treurige vertoning was en mij ook natuurlijk fchrik verwekte, en ik er alleen heen gegaan was, om mij van de waarheid te verzekeren, dat zulke offerhanden gedaan worden, keerde ik naar het fort terug. Ik was nog niet verre weg, als men mij deed zeggen, dat het verbranden aandonds zou gefchieden, waarop ik terug kwam en vond, dat de vrouw van de plaats, daar zij gezeten had, naar de rivier was gebragt, alwaar de braminnen haar baadden. Toen zij haar uit het water togen, gaven zij haar eenig geld in de hand, het welk zij in de rivier doopte en het onder de braminnen verdeelde. Zij had toen een geel kleed ten deele om haar lijf geHagen. Zij lei een weinig roode verw, ter grootte van eenen fchelling , midden op haar voorhoofd, en wreef zig met iets, dat naar klei geleek. Hierop werd zij naar den houtflapel geleid, w7clken zij driemaal met de zon rond ging: toen beklom zij denzelven aan de noordoostzijde, zonder eenige hulp, plaatfle zig ter regter zijde van het lijk haars mans, hetwelk te voren op den houtflapel was gelegd, maakte de fchroeven los, waarmede de juweelen of zilveren ringen om haare armen vast gemaakt waren, deed dezelven af, floot ze toe, fchroefde ze weêr vast en gaf er eenen van aan elke der beide vrouwen, die naast

haar