is toegevoegd aan uw favorieten.

Landreize naar de Oostindiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de OOSTINDIEN. **3

haar donden; vervolgens deed zij met veel bedaardheid haare oorringen en ander tooizel af, en verdeelde het een en ander onder de vrouwen, die bij haar waren. Er fcheen eenige twist te zijn wegens de verdeling van haare juweelen, dien zij met veel juistheid wist te vereffenen. Hier lei zij zig zagt neder, dekte haar aangezigt met een gedeelte van het geel kleed, keerde zig naar haaren man, floeg haaren regten arm over zijne borst en bleef in deze houding onbeweeglijk.

Even voor dat zij zig nederlei, daken de braminnen een weinig rijst in haaren fchoot, als ook in den mond en aan den langen grijzembaard van haaren man ; fprengden een weinig waters op het hoofd, de borst en voeten van beiden, en bonden hen in het midden met een dun touw zamen; maakten verders te weêrzijde van den houtdapel, in de lengte, als eenen wand van hout boven de lichaamen uitdekende, dwarshouten daar over leggende, ten einde het gekloofd hout haar niec zou drukken, nu goten zij op den houtdapel, boven de plaats, daar de vrouw lag, een pot vol van iets, hetwelk olie fcheen te zijn, dapelden toen nog meer hout op ter hoogte van vier voet boven de lichaamen, zo dat al wat ik nu zag, een dapel brandhout was.

Ik merkte, dat een bramin aan het einde van den houtdapel naast het hoofd van de vrouw

dond;