is toegevoegd aan uw favorieten.

De godsdienstvriend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 103 )

te 110va uw God, die u uit Egypte, uit de 'flavefnij gevoerd hebbe. Gij zult geen andere Goden hebben nevens mij. Zoo zouden onze Godgeleerden geene wet opftellen, maar wanneer zij de ftemme der reden nog het meest wilden doen hooreu, dus:7i jehova, ben alleen God, daarom zult gij geene andere Goden nevens mij hebben. Dan het geloof en veriland der Israëliten kon niet door wetten gedwongen worden , en evenwel moest de Afgodendienst onder levensftraffe verboden : dit konde met recht gefchieden , wanneer God tot een nog zoo dom en bijgelovig volk zeide: „ zo gij ook uit domheid gelooft, dat

'er nog meer Goden zijn , welken gebeden verhooren, *• en offeranden beloonen kunnen, ben ik het toch alleen, " die u uit de dienstbaarheid van Egypte bevrijd, en uit

arme flaaven tot een volk gemaakt heeft; ik ben alleen ',' de Oprichter van uwen ftaat. In dezen ftaat derhalveu ^ aal geen andere God, nevens mij, vereerd worden.

Door deze redening is de tegenbedenking van weetgraag weggenomen, en zijne vragen alleszins beandwoord.

Dit zijn de gedachten van een zeer groot lvlan, wiens Werken, oflchoon bij Geleerden bekend , echter van Ongeleuerden zelden gelezen worden. — Wij hebben de^ze.lve hier willen .plaatfen, om het algemeen bijzonder een klaarer begrip te geven van het eerfte der tien geboden. — En insgelijks veele Leeraars , die in hunne leerredenen over dit Gebod nog den ouden toon der Catechismusfchrijveren Haan., deze aanneemlijke gedachte , die zoo veel invloed op 'de geheele wet heeft , onder het oog te brengen.

Vooral moet ik 'er bijvoegen — dat men tot het rechte veriland der Mofaïfche wetten altijd in 't oog houde — dat God voorkome als Koning over de Israëliërs, die op hun eigen vrije verkiezing hun Koning geworden was,y) en uit kragt van welke zij waren het bijzonder eigendom des Heeren. — God werd Koning in Israël, zegt moses (10 , toen de hoofden des Volks , en alle de jlammen Is-

raëls vergaderd waren. Alle de fchikkingen , die

moses maakte, beandwoorden aan deze betrekkinge. Bij voorbeeld , gelijk alle akkeren in Egypten den Koningen van dat land toebehoorden , werdt ook Palestina als een

t eiCO Exod. XÏX. Ct) XXXIII: 5'