Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 23? )

gaarn, dit kan hij niet afwijzen. — Laten wij dit zoo doenv dat wij zijnen eenigen Zoon, den Middelaar Gods en der menfchen , die een verzoening is voor onze zonden, aannemen en voor zijn vertoornd aangezigt (lellen; want dia VoorYpraak hoort God altijd en daarin heeft hij een welbehaagen — Dat we dan eindelijk op dien grond het verbond plegtig vernieuwen en hem belooven: dat wij voordaan voor hem leeven en zijne geboden bewaaren zullen. Zo God dan voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

Zal dit oprecht zijn mijne Vrienden ! dan moeten we de zonden vlieden en de tegenovergeftelde deugden betrachten.

De Trotsaard bekleede zich met ootmoedigheid, en zij van nu af uitwendig zedig en inwendig nederig; want God wederftaat den hovaardigen. — De Gierigaard rukke den wortel van alle kwaad uit, zij met het tegenwoordige vergenoegd b^trouwe op God, zij rechtvaardig en weldaadig; daar de gierigheid afgoderij is. — De Wellustige bedwinge zijn vleesch, laate de liefde tot God in zijn harte heerfchen •,

daar God lief heeft, die hem liefhebben De Ongods-

dienftige benaarftige zich van nu af, om in het openbaar en in 't verborgen God te dienen, bedwinge zijne lippen, om niet dan met eerbied van God en godiijke zaken te fpreken, en aan den fabbath te gedenken, dat hij dien heilige; want God eert, die hem eeren. - De Onkundige in de leere van het Euangeli, laate zich onderwijzen, om wijs te worden tot zaligheid. - De Toornige, de Wraakgierige, de Nijdige, die in twist en vijandfchap leeft, en het geluk van eenen ander benijdt, roeie dat al uit, en doe de liefde, de zagtmoedige liefde, de band der volmaaktheid, aan; daar hij, die zijn broeder haat, een doodflager is. — De Hoereerer , de Overfpeeler zende zijne hoeren en boelen van zich, bezitte zijn vat in heiligmaaking en eere , wachte zich van allen fchijn des kwaads, in woord, kleeden of gebaarden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongerechtigheid. — De Overdaadige in drank, fpijs of fpel, fta af van zulke dwaasheden, leere de deugden onzer Voorvaderen, wien God zegende, oefenen. — De Onrecht, vaardige in neering, handteering, arbeid, wanbetaaling , G 3 doe

Sluiten