Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2P )

ker de Engelen moeten yerftaan worden (*). — Wij wi'.t len dus niet ontkennen, dat 'er ook Engelen bij de hemelvaard van elia zijn tegenwoordig geweest. — Nogthands kamt het ons voor, dat wij hier om eene wolk denken

moeten. /iiz<) (ftaat er) voer elia als met een onweder

ten hemel. Dit doet ons natuurlijk denken, dat eruit

deze wolk bli)tfemftraalen en donderdagen , yerzeld van

eenen geweldigen wind, zijn losgeborftcn. ïn de H.

Schriften komen toch ook de wolken dikwerf onder de benaaming van wagens voor. Uod , zingt david, maakt van de wolken zijnen wagen en wandelt op de vleugelen des winds (f). Het vuurige van deezen wagen en parieten doet ons denken op eene helder fchitterende wolk , gelijk aan dien troon, dien daniel zag, welke van vuurvonken was, en welks raderen een brandend vuur waren (§); of gelijk met dien, van welken hUkfemen , donderdagen en {temmen uitgingen Q. ■ - Nog iets ter opheldering. De vqornaamfte kragt der heirlegers 'beftond oudtijds in de veelheid van ftrijdwagens. Hier van de uitdrukking: Deze vermelden van wagens en die van paarden (|) De Lijbiers gebruikten wagens in den ftrijd, waar op zij gevoerd werden met faamgekoppeide paarden, even als de Helden bij homerus, want deze weet van geen ruiters, die op paar? den reeden. Jabin (**) had negenhonderd ijzeren wagens. Men wil, dat deze wagens ijzeren zeisfenwagens zijn geweest; — wreede oorlogstuigen , van welker doodÜjke uitwerking virgilius eene verfchrikkelijke befchrijvinge geeft. Zij zijn dus zinbeelden van magt, (lerkte en bel'cherming (***).

Er zijn, volgends deze opmerkingen, genoegzame redenen, waarom zich God van een vuurigen wagen en paarden', ter opneming van elia, bedienen wilde. ■—> Deze. opneming moest dan gefchieden door een' wagen, ten blijke van hemelfche ftaatsverheinng (*f) en ter zegevierende verheerlijking van zoo veele overwinningen, als hij over de afgoderij en afgodendienaars behaald haddc. 't Moest zijn door een' vuurigen wagen en vuurige paarden, ten bewijzej

dat

(*) 2 Kon. VI: i« , 17.

Q) Ps. CIV: 3. xvm^n.

(.§) Dan. Vil: 9.

f»7 Openb. IV: 5.

(+) Pu XX: «.

(**) Richt. IV: 3.

?•'*) Verg. HOFSTEDE 1*1.

£»f3 Gen. XLl: 43.

D 3

Sluiten