Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is; nis Hij dat overweegt, zal hij met ezha, bij

eene oneindig minder gewigtige gelegenheid , uitroepen : Om dat gij , or.ze God , or.s eene ontkominge gegeven hebt, als deze is, zullen wij nu ■ wederkeeren , om uw.e geboden te vernietigen ? (*) —7 Het hart, welk niet bewogen wordt, om den Verlosfer te beminnen en zijnen naam te verheerlijken , door zulke overdenkingen als dezen , moet harder dan fleen en kouder dan ijs zijn, moét alle gevoel van dankbaarheid gantschlijk verloren hebben.

Hunne roeping verbindt den geloovigen insgelijks ten fterkften tot heiligheid des (|J) levens. — Gelijk hij, die u geroepen heeft , heilig is , zo wordt ook gij zelve heilig in al uwen wandel; dus hoorden wij petrus fpreken. De Christen moet op zijne hooge , heilige en

hemelfche roeping dikwerf denken — geduurig opmerkfaam zijn. — Door die roeping is hij overgevoerd uit de duisternis tot het wonderbaar ligt, en van onder de magt der duisternis in het koningrijk van den Zoon van Gods liefde.

En het eind van zijne roeping is, dat hij mogt heilig

zijn; dat hij den lof van zijnen oneindigen Weldoener hier beneden mogt verkondigen en eindelijk zijn koningrijk ca heerlijkheid in de bovenwereld bereiken (§).

De kinderlijke betrekking , waar in de Geloovigen tot God Haan, en hunne hope op de eeuwige erfenis maaken eene twede beweegrede uit, om aan het zelfde gewigtig oogmerk te beantwoorden. („) De gewijde Schrijvers houden deze verhevene betrekking geduurig in het oog, fpreken 'er dikwerf van, om de geloovigen te doen opmerken derzelver uitnemende voortrefiijkheid en de voorrechten die daar a?n verbonden zijn, ten einde zij hen daar door aanfpooren om overeenkcmllig die grootheid en dat geluk te

leeven. En waarlijk, de Kinderen Gods behooren uit

edeler begitifels te werken , en verhevener oogmerken te

... _ heb.00 Ezra ix: 13, 14.

Ct> Efez. IV: 1. j Thesf. II: \%,

(§) 1 "ea: II- 9.

(,) Lfez. V: 1. filip. ifc ,5.

Dj

Sluiten