Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C m3 )

Men merke hier vooral op die les van God en j e s u s ; Christus: gij zult uwen naasten liefhebben als u zei-ver,. Deze les leert mij, dat de zelfsmoord altans zulk eene • ■groote zonde moet zijn als lie moord van een' ander. De liefde toch begint van ous zeiven , en deze eigenliefde is de i bronader der liefde jegens anderen.

Uit dit gezegde blijkt genoegzaam de ongeoorloofdheid

van den zelfsmoord ■ men kan er tevens uit opmaaken,,

hoe zwaar men zich daar door tegen God bezondigt en welke akelige gevolgen hier van te wachten zijn. Ook .

plag deze daad door de Overheid zeer hoog genomen te worden, waarom zij den zelfsmoorder zo min als hem, die een ander van het leven beroofd hadde, eene eerlijke bcgravenis toeflond. De gefchiedfchrijver jozefus ver¬

haalt in zijn derde Boek van de 'Joodfche oorlogen: dat de zclfsmoorders niet voor den ondergang der zonne wierden begraven , maar bij andere volken de rechtehand verloren, waar mede zij zich van het leven beroofden. — Hij haalt dit aan ter gelegenheid, dat hij de genen, die zich nevens iiem, uit vrees voor de Romeinen, in een fpelonk verborgen hadden, van den zelfmoord wilde afhouden. Hij mengt in dit verhaal tevens veele redenen tegen deze wandaad , die altijd tot eer van dien man verftrekken zullen.

Hoe kragtig deze en meer andere redenen tegen den zelfsmoord ook zijn mogen, heeft dezelve nogthands verdedigers gevonden, verdedigers, die de geoorloofdheid door allerlei

fchijngronden trachten (taande te houden. Wij zullen

hier bij nog eenige oogenblikken vertoeven.

De natuur Czegt men) verpligt ons, een minder kwaad het grooter voor te trekken. Een mensch, bij voor¬

beeld , bevindt zich in zulke ongelukkige omflandigheden; die hem akeliger zijn dan de dood zelfs . zijne finerten vermeerderen daaglijks, hij fterft duizend dooden, ziet gee<i uitkomst — wat zal hij doen, door het leven zijn rannxifc

vermeerderen, of een einde van dezelve maaken? Het

laatfte geval is het eenig middel ter zijner verlosfirg. .

Deze redening (leunt op eenen valfchen grond. Niemand kan

voori

Sluiten