Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 220 )-

Op de voorgaande omwenteling volgde, in de zestiende en zeventiende eeuwen, de wording van het nieuw Europisch Staatsgeftel, zoo zeer van het oude verfchillendé , dat volken, die wijlëer een groot gerucht maakten, thands vervangen zijn door zulken, welken eeuwen lang in de duisternis onbekend gebleven waren (*). Het huis van Oostenrijk rees, uit niets, tot eene hoogte, die verbazende was, en verdondt eene menigte zelfs van Koningrijken. Frankrijk, door wijsgeerige of heldhaftige Koningen , door eenen Franpois den I, Hendrik den IV, Lodewijk den XIII en XIV allengs bcfchaafd, en in macht verheven, werdt de eerde Staat van Europa, en kende buiten Oostenrijk geene mededingfter. Terwijl dit Rijk groot werdt, ontwikkelde zich ook Groot-Brittanniën, het geen, door naarijver gedreven, altijd poogingen deedt, om aan zijnen nabuur eenigermate gelijk te blijven, en 't welk daarin des te gelukkiger daagde, hoe ilouter zijne volksgeaartheid, hoe welgelegener voor den koophandel zijne kust, hoe onwinbarer eindelijk dit groot eiland door zijne omringende Zeeën, is. Cromwel, de beul anders van zijnen Koning, en van Engehnds Bondgenoten , fchiep in zijn vaderland den Republikainfchen geest, en maakte het daardoor ohzagchlijk. Een Peter de Groote, fchonk aan Moscovië licht en kracht, en deedt Rusland, dus verre bijkans onbekend , op éénmaal eenen verbazenden invloed in het evenwicht van Europa hebben. De Spaanfchen, langen tijd in holen en fchuilhoeken begraven, verdreven hunne tijrannen, en vestigden, op Indiiianfcbe rijkdommen, aan hun toen nog alleen eigen, hun ' groot, fchoon altijd inwendig kwijnend Koningrijk.

De-

(*) Fejez., FEfp. Chin. Tom. Ü. Lett. XXIX.

Sluiten