Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3Ï5 )

God nadert; eene gemeente die op de onwankelbaarder gronden geve.-tigd is, en die door geene magt of dood, nu of eeuwig zal overwonnen worden. Dat haggai op den verwachtwordenden Mesfias of kristus doelde, toen hij, bij de puinhopen van het jammerlijk verwoest heiligdom, in eene edele geestvervoering, deze woorden gefproken heeft, is allerwaarfchijnlijkst, en ook door veelen onder de Joodfche JLeeraaren zelfs, als ontwijfelbaar aangenomen. Wat anders toch konde hij hier bedoelt hebben? Wat kan de wensch, of het voorwerp van den wensch der Heidenen , eigenlijk zijn? Immers niet den Tempel, tot welks oprichting hij het overbijffel van Israel aanmoedigde Want, welk belang hadden de afgelegen volkeren, die in hunne eigene afgodstempelen, hunne denkbeeldigs godheden vereerden, bij het heiligdom te . erufalem, dat aan den eenigen wa-ren G d zoude toegeheiligd zijn? Ook kan de voorfpelling des Propheets. dat de heerlijkheid des tweeden Tempels. veel voortrellijker zoude zijn, dan die des eerden, niet als een waar chtig getuigenis aangemerkt worden, inden hij hier door niet bedoelde, dat den tweeden Tempel on.indig meer eer zal gefc deden, door de intreding van een '.eerlijker, van een voortreflijker perfoon , dan den eerfleii Tempel, waar in salomon, benevens geheel .srael, flegts de bewolkte nabijheid van den Befchermgod der vaderen aanfchouwde. Want de Propheet knn voorzeker niet gedoelt hebben op uit vendige pracht of zinlijke heerlijkheid ; zijn gezond veriiand zelf, zoude hem hier tegengefproken hebben. Het verarmd, liet diep vernedert Yy 2 over-

Sluiten