Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s3o AGTSTE LEERREDE.

naam is: een beftaan zoo eigen aan 't hoogmoedig hart, dat zelfs een groote menigte onder ons» offchoon zij de Openbaring niet verwerpen^ maar belijdenis doen van deszelfs leer, nogthans in hun llart, dikwijls ongemerkt, zoo denken, en daarop heimelijk hunne hope bouwen.

Ach hoe zal hun deze grond ontzinken! hoe zal dit weeffel als een fpinnewebbe inflaan en verdwijnen, wanneer zij in 't licht van Gods volmaakte heiligheid het register hunner zonden, en den bedrieglijken fchijn hunner gewaande deugden zullen inzien; deugden welker geene uit de regte gronden, tot het regte einde, en naa 't volmaakte voor» fchrift der Natuurwet zullen bevonden worden. Ach hoe zal die ftem als een donderflag hun hart doen beven, hunne lendenen bewegen, en hunne kniën tegen elkander ftooten , wanneer hun zal worden toegeroepen van den Rigter der ganfeher aarde, den regtvaerdigen Rigter, die altoos naa waarheid oordeelt: Gij zijt gewogen! gij zijt gewogen! maar gij zijt te ligt bevonden.

Zoekt vrij waar gij wilt; beproeft vrij uwe kragten, oefent u in de deugd; en dit is, ook volgends onze leer, zoo noodzaaklijk, dat niemand zonder dat te doen de zaligheid kan ingaan ; maar gij zult, zoo gij opregtwilt handelen, noojt zulk een deugdelijk beftaan in u zeiven ontdekken of te wege brengen , dat in Gods gerigte zal kunnen

be-

Sluiten