is toegevoegd aan je favorieten.

Nagelaten leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BüidZAAMHEID , O)» DE DEUGD GEGROND. 1?5

de uitmuntendfte vermogens van den geest traag of lusteloos is, of zich aan eene verftrooijende, vadzige levenswyze overgeeft.

Maar kan de arbeidzaame veele nuttige zaaken uitvoeren, hy volvoert ze, ten tweeden* ook met veel grooter gemakkelykheid en vaardigheid, dan indien hy niet arbeidzaam ware. Hy behoeft niet eerst lang met zichzelven te flryden; zich niet eerst door eene reeks van drangredenen daartoe op te wekken en aan te fpcoren; niet eerst in 't breede te overleggen, of en op welk eene wyze hy het ftuk aanvatten zal. Hy kent, hy bemint den arbeid; fielt zeker vertrouwen op zich zelfs; weet hoe veele foortgelyke werken hy reeds ondernomen en volbragc heeft; vat de zaak met moed en lust aan; houdt 'er zich gaarne mede bezig; weet de daaraan verknogte verhinderingen en zwaarigheden door verkregene kunstgreepen, of door aanhoudende vlyt te boven te komen; en is meer of min van den goeden uitflag verzekerd. De traage, de nalaatige, daarentegen, fchrikt voor eiken arbeid, dien hy niet zo terftond voleinden kan, voor elk werk, tot wiens uitvoering tyd en infpanning vereischt worden. Uit gebrek aan oefening en ondervinding weet hy zelden recht,

hoe