is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g VORDERING IN HET GOEDE. I07

aanrpooringen, omftandigheden, op de maat der krachten en der middelen aan, die iemand bezit. Alle deeze dingen zyn niet altoos, zyn niet geheellyk in onze magt. Zy hangen alle van den wil der Voorzienigheid en van de verbindtenisfen af, waarin dezelve ons geplaatst heeft. Wy hebben niet allen dezelfde vatbaarheden en vermogens, en ook de geene, die wy hebben, zyn niet altoos even groot en Merk, niet altoos in denzelfden graad gebruikbaar. En zo is het ook mee de overige dingen geleegen, die de fom onzer goede verrichtingen bepaalen kunnen. Nu eens hebben wy meerder, dan eens minder, op den eenen tyd Merker, op den anderen zwakker opwekkingen en aanfpooringen ten goede, foms meerder, dan weder minder gelegenheid en aandrang om anderen te dienen en nuttig te zyn. Den eenen wyst God eenen ruimer, den anderen eenen naauwer kring aan, om zyne krachten aan den dag te leggen en goeds te werken. Den eenen geeft hy vyf, den anderen tien talenten, om ze op woeker te zetten. Iemand kan derhalven ten opzigt van gemoedsgesteldheid, neigingen, poogingen, van vlyt en getrouwheid in de Christelyke deugd grooter voortgang gemaakt hebben dan een ander,