Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§S<5 HOE GOED HET VOOG DEN MENSCH IS, DAT

der welvoeg-lykheid, met den wil van zynen Schepper en Opperheer, met zyne eigene •betrekkingen en verbindtenisfen, nadenken , «n zich bepaalen volgens de gronden, die dit alles hem aan de hand geeft. Nu, daar alle uitwendige dingen , alle toekomende veranderingen en gebeurtenisfen zo onzeker voor hem zyn , moet hy meer op het wezenlyke en blyvende zien , en zich aan vaste beginfels , aan veilige regels der voörzigtigbeid Jeeren houden , en de vastheid en rust, die hy buiten zich te vergeefs zou zoeken , m zichzelven, in zyne wyze van denken en handelen zoeken. Nu, daar deugd en ondeugd in den tegenwoordigen ftaat niet altoos haare belooning en haare ftraf met zich brengen , en de gantfche keten haarer afzonderlyke gevolgen en uitwerkfelen voor hem verborgen is i kan hy de deugd om haarzelfs wil , om haare inwendige fchoonheid en voortreflykheid , beminnen en betrachten , en de ondeugd om h'aarzelfs wil , om haare eigenaartige fchandelykheid en haatelykheid , verfoeijen en ontvluchten leeren, en zich dus eene heerfchende , altoos werkzaame neiging tot de eerfte , en eenen vol-

ftrek-

Sluiten