Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ser VROUWEN.

9

Om welke reden de Natuur de maat der lichaams» Jtragten in beide geflachten zoo verfchillend heeft iiir gericht? Is eene vraag, welke tot het vak der over* natuurkunde behoort. Doch waar het bij toe koomt, dat de Man van natuure dcezen uitfluitenden voorrang boven de Vrouw bezit, dit flaat den Wijsgeerigen Arts te onderzoeken. „ De vezelen eener Vrou8, we," zegt tissot in zijne merkwaardige Geneeskundige Schriften (*), „ zijn gefchikt om meê „ te geven, daar zij door de volkomene grootte van

een kind, en de deeien, waar in het zelve om„ zwagteldis, zoo aanmerkelijk moeten worden uit„ gerekt. Zij moeflen dienvolgcnde niet zoo (lijf, „ noch zoo fterk zijn, als de vezelen der Mannen, „ en dit maakt, dat de omloop bij haar met minder „ aandrang gefchiedt, dat het bloed niet zoo dik, „ en meer waterachtig is, enz. " In de beftemming der Vrouwe, om te eeniger tijd moeder te zijn , moet derhalven de hoofdgrond van haare lichamelijke zwakte gezogt worden, dewijl zij, zonder deeze buigzaamheid, en het mede geven der vezelen, tot het kinderbaaren ongefchikt zoude zijn. Èene natuurlijke noodzaakelijkheid doet du$ alhier eene andere te voorfchijn komen. Zoude het eene plaats hebben, zoo moest ook het andere gebeuren; zoude de mensch geboren worden, zoo moest de moeder dit, en geen ander, lichaams -geitel erlangen. Maar een natuurkundig onderzoek, eene ontleedkundige beant-

woor-

H) Eerfle Deel (Hamb. 1774.) Cap. XXVf. Ondertisliting voor het vrouwelijk geflacht, bladz* 350. $

45

Sluiten