Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L ¥ S P E L.

DOORTJE.

Hy vraagt, hoe Iaat gy verkiest te foupéret

JULIA, tegen Flip. Heeft men u daarom naar hier gezonden?

FLIP.

Om u te dienen, genadige freule.

JULIA.

Zeg flechts aan uw' heer, dat ik de laatste niet by hem zal zyn. Doch ik hoop, dat hy geen omflag zal maken ?

FLIP.

In het minste niet, genadige freule. Mynheer is van daag zo wel gehumeurd, dat ik hem in myn leven noch zo niet gezien heb. Gy hebt hem reeds menigmalen de eer van uw bezoek aangedaan, maar hy heeft zich noch nooit gelukkiger ge» acht dan heden. (Bevreesd.) Indien 'er flechts geen kwade menfchen in de waereld waren, die altoos onkruid onder de tarwe zaaijen!

JULIA.

Wat wilt gy daarmede zeggen ? (Tegen Boortje?) Zet u aan uwe bezigheid, Doortje.

FLIP, verlegen. 11 Niets... ik meen Hechts...

JULIA.

Zulks beteekent niets. — Ik meen flechts... gy fpraakt daar iets van kwade menfchen.

FLIP.

3t

Sluiten