Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL, ag

carolina.

Darr is ze.

carel.

Ongelukkige wat hebt gy gedaan? 't Is mogelyk de prys die hy voor uw deugd wil belteeden.

c a r o lin a, (de beurs wegwerpende,) Verre van my dat rampzalig metaal I

carel.

Ja, rampzalig metaal, dat alles is voor hen die het bezitten, en aan 't welk zy meenen dat niets zal kunnen weêrftaan.

bazilius, (de beurs opneemende.)

Men moet zig voor alles echter verzeekeren. carel, (een klein zakjen uit haaiende.)

Zie daar is geld, Caroline; dit, dit alleen kunt gy aanneemen, het kost niets aan mynekieschheid,het is de vrugt van myn werk. Werp dat goud weg, het gezicht daarvan kwelt my. Hetbrood, dathetuzou opbrengen, zou een brood van fmarte , fchande en wroeging zyn. Geef my die beurs Bazilius!

bazilius.

Datisfchoon gefprooken, men moet dit toeitemmen, carel.

Ga Caroline ,gaa een eenvoudigenmaaltydbereiden, en vergeet nimmer, dat de armoede eerwaardig kan zyn, wanneer de moed haar vereedelt.

carolina.

Bazilius was 'er tegenwoordig ! Carel, gy vergeeft het my?

Sluiten