Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIET W AiT MEN WIL. 27

Hy werpt zich met het hoofd in de beide handen op de tafel, geweldig nederbonzende. Hoe meer hy raast, des te fraaijer is de coup.

FRANVILLE.

Dat denk ik.

LEANDER.

Thans komt de vader, en nu word de tweefpraak eene fainenfpraak van drie perfonen.

FRANVILLE.

Zeer goed.

LEANDER.

Ik neem eene gebroken item aan, voor den vader,

omdat het een invalide is.

Hy fnyd bevende op. Myn vrind, om u te zien in dtez' gcwenschtcn ftond, Leip ik het gantfclie dorp en al de kroegen rond; In 't einde ben ik hier, ik weet niet hoe, gekomen, Ën fta verrukt van vreugd nu ik u heb vernomen. Noch niet te gaauw, mynheer ; maar zie hier

hoe de bommel uitbreekt door de dochter, die

eens naar buiten gegaan is, en fchreeuwende weder

binnenkomt:

6 Hemel! alles is verbruid! . Papa, te vier uur, ach ! moet hy het leven misfen! De vader vraagt:

Welnu? wat voerde hy dan uit? De tante, die juist ook in de gevangenis gekomen is.,. antwoord: Hy is gedeferteerd.

De

Sluiten