is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS* 83

Kerkgebruiken, en het invoeren van het Bijgeloof, onder velerhande gedaanten, deeden hetzelve geheel van zijnen oorfprong verbasteren. De neiging tot het één en ander had zich reeds te voren, in deze en gene bijzonderheden , gelijk wij, in onze Gefchiedeuis , gezien hebben, geopenbaard; dit toch is de menschlijke aart, in Godsdienftige zaken, dat zij, het geen door pracht of uiterlijke Godzaligheid in het oog valt, boven wezenlijke Godzaligheid van het hart, en deugdzaamheid van den wandel, nellen, en niet te vrede, met het geen eenvouwig en door God zeiven geopenbaard en voorgefchreven is , menschlijke gevoelens en begrippen invoeren, en zich aan het voorkomen van het wonderbare vergapen. Thans nu de Christenen de befcherming en gunst van den Oppervorst begonnen te genieten, en eene menigte van Heidenen en Jooden tot hunne gemeenfehap overkwamen, die hunne bijzondere gevoelens, vooröordeelen, en zucht voor het prachtige in den Godsdienst, medebrachten, nu de Vorst zelf 'er op gezet was, om luifter aan den-< zeiven mede te deelert, lieten de Bisfchoppen en andere Leeraars , in plaats van op de eenvouwigheid en den geestelijken zin van den Godsdienst aan te dringen , door eerzucht en verwaandheid begoocheld, zich dezen ijver voor uitwendige pracht en eigen uitgedachte Godsvrucht niet alleen welgevallen , maar prezen denzelven , en moedigden de Christenen daar toe aan, waar door deze ligtelijk in de Verbeelding kwamen, dat zoodanige ijver voor het F 2 uit.

III

BOEK II

Hoofdfh na C. G. Jaar 313. tot 337»

Christenen»