is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

HOEK II

Hoofdft. na C. G. J ar3ï3. tot 337.

Konstantyngeefthet eeïfte voorbeeld van hetbegraven van dooden in de Kerk.

8<f KERKELIJKE

koper rondom het dak. Deze Kerk had een groot voorhof, rondom met gaanderijën en pilaren, en daar bij Keizerlijke zalen, baden, en vertrekkamers, als ook woningen voor de oppasfers der Kerk.

Bij deze Kerk had konstantyn, volgends het bericht van eusebius, nog een bijzonder oogmerk; te weten, hij beftemde deze Kerk zich tot eene begraafplaats na zijn overlijden, „dewijl hij," gelijk de Gefchiedfchrijver zich uitdrukt, „in de kracht ,, zijnes overtreflijk geloofsvertrouwen voorzag, dat „ zijne hut na de dood in dezelfde benaming met ,, de Apostelen deelen zou , opdat hij , naamlijk, „ ook na zijn affterven, deel zou hebben aan de gebeden, welke daar, ter eere der Apostelen, zou„ den gedaan worden. Derhalven twaalf kisten , ,, als heilige kolommen, ter eere en ter gedachtenis „ der Apostelen, opgericht hebbende, liet hij zijne „ eigene kist, in het midden derzelve, plaatzen — „ gelovende, dat hij daar door de gedachtenis der „ Apostelen voor zijne ziel zeer nuttig zou ma„ ken." — Dus heeft konstantyn in zijn' perfoon het eerfte voorbeeld gegeven van het Bijgelovig gebruik, om dooden in de Kerken te begraven. Het was, volgends de oude Romeinfche Wetten (*) verboden, een lijk binnen de ftad te begraven of te verbranden. Deze wet kon alleen de zorg voor de gezondheid der ingezetenen bedoelen. Maar hoe veel meer gevaar loopt die, wanneer de dooden begraven worden in gebouwen, in welke vele menfchen.

(*) Legg. XH, Tabb. Tab. X.