is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 113

tien (*). -Omtrent den vrijdom der Joodfchc opzieners van het waarnemen der burgerlijke posten, had hij wel, in het jaar 397, de oude wetten bevestigd, doch, in het jaar 399, verordende hij, dat de Jooden, in het gemeen, als zij tot eene Curia, of wijk, behoorden, ook de posten derzelve moesten waarnemen (f). Daar tegen bevestigde hij, ir het jaar 404, alle de voorrechten, welke tot hier toe aan de Joodfche Patriarchen, en aan de Opziener; van hunnen Godsdienst, gefchonken waren (§).

honorius , Broeder van arkadius , met zijner Broeder voor een' tijd oneens, behandelde de Jooden eenigzins ftrenger, gebiedende, in het jaar 398, dat de Jooden, alhoewel door arkadius daar vai verfchoond, leden zijnde van eenige wijk, of gild verpligt zouden zijn, om de lastposten van hctzelvi waar te nemen (**). Onverwacht was ook zijni wet van het jaar 399 (ft) -> waar bij hij de zooge noemde Apostelfchatting, ( Apostolatus,) geheel af fchaftc. De Keizer vond het onvoegzaam, dat dcz's belasting uit zijn rijk, naa het Oosterfche, alwaa de Patriarchen der Jooden woonden, overgezondei

Werd

(*) Cod. Theod. Lf&n II. tit, 1. de Jurisdkt, eet, i 10. Cod. luftin. Libr. I. tit. 9. de Judieis l. 8.

(f) Cod. Theod. Libr. XII. tit. 1. <je Decurionib. i .165. Cod. luftin. de Judieis l. 10,

(5) Cod. Theod. I. 15. de Jud.

(**) Cod, Theod. Libr. XII. tit. 1. de Deourion. /eg 157, 158. Cod. Iuft. Libr, X. t. 31. de Dteurion. I, 4,9

(ft) Cod. Theod. de Judieis I. 14.

V. Deel, II

III

boek IV

Hoofdft. na C. G. Jaar 363. tot 476.

1

Van honorius.

l