Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS.

233

verfcheidene aanzienlijke Kerkleeraars zich daar tegen verzetten (*), voornaamlijk chrysostomus in twee Redenvoeringen, in de ééne aantonende, dat Godgewijde Maagden, (x*wwx*i,) niet met mannen in gezelfchap leven mogen, terwijl de andere tegen die genen ingericht is, die zulke ongeoorloofde huishoudfiers hadden (f) , bleef nog aanhoudend voortduuren.

Met meer vrucht en beteren uitflag zou men waarfchijnlijk deze ergerlijke gewoonte bedreden en te niet gemaakt hebben, indien men de vraag in behoorlijke overweging genomen had: of in de daad het huwlijk ftreed met eene meer volmaakte deugd en Godzaligheid der Christenen? en of ongehuwd te leven volftrekt eene wet voor de Leeraars zijn moest? Maar, de verkeerde en overdrevene begrippen van Christelijke Godzaligheid, en volmaakthcic derzelve, plijtten te Merk voor dit laatfte, dan dat meiniet daaromtrent, van tijd tot tijd , tot grootei ftrengheid voortging. Tot hier toe was het huwlijk aan de Geestlijkheid niet verboden, men vond voorbeelden genoeg van Bisfchoppen en Ouderlingen, dii getrouwd waren, en gedurende hun ambt kinderer verwekten (§); evenwel, dewijl de achting voo:

dei

(*) Bij voorbeeld gregorius van Nazianzus Carm III. vs. 96. HiëRONYMUs, die het Agapetarum pestis, ei zulke vrouwen koeren van .éènen man, (tntretrices uni virte ) noemc. Ep. 22. ad Euftochitim, de custodia Vir ginitath p. 90. T. I. Opp. ed. Francuf. en anderen.

( f) Tractat. et Opusc. T. IV. p. 225. ed. Francof.

(J) calixtus Tract. de Conjugio Clericor. pag. 209 P 5 Fram

III

bof.k

VI Hoofdft. na C. G. Jaar 363. tot 476.

De ongehuwdeftaat der Geestlijken allengs ingevoerd , en ten dezen tijde flerker aanbevolen. -

L

)

Sluiten