is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

BOEK

VI Hoofdft. na C. G. Jaar 363. tot 476.

Onbepaaldegehoorzaamheidder Monniken aan hunnen Overften.

76 KERKELIJKE

„ ik te Rome ben, dan vast ik op den Sabbath} „ maar ben ik te Milaan, dan vast ik niet."

In het vierde Boek, (de Inftitutis renunciantium,) voltooit cassianus zijne berichten , meldende de voorwaarden, op welken in Egypte, inzonderheid ook in het beroemde Klooster te Tabenna, een Eiland in den Nyl, de Monniken werden aangenomen ; waar na hij vervolgends de ftrenge levenswijze der Monniken aldaar omftandig befchrijft. Hier leerden zij bijzonder hunnen wil verloochenen , door eene onbepaalde gehoorzaamheid aan hunnen Abt of Opziener, wien zij geene hunner gedachten mogen verbergen, noch iet voor goed of kwaad houden, dan alleen volgends zijne uitfpraak. De jonge Monniken mogen, zonder zijne voorkennis, niet uit hunne Celle gaan, zelfs niet om de behoeften der natuur te voldoen. Zoodanig haastten zij, om zijne bevelen te volbrengen, als of die van God zeiven ïwamen! Somtijds zelfs pogen zij onmooglijke dingen, die hij hun mogt opgelegd hebben, ten uitvoer te brengen. De naderhand zoo vermaard geworden Abt joannes (*), werd, in het eerst, door rijnen Opziener, ter zijner beproeving, belast, een litgedroogd, en bijkans verrot ftuk hout, dat weler in den grond gezet was, daaglijks met water te Degieten, tot dat het in eenen groejenden boom zou /eriinderen. joannes gehoorzaamde langen tijd, vaar bij hij het water nog van verre haaien moest, ot dat hij eindelijk van dezen vruchtelozen arbeid

ontf

(*) Van wien reeds in het Vda 2?/. 400. gewaagd is.