is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 107

valfche gevoelens van den Zoone Gods te wederleggen; maar van deszelfs Godheid een naauwkeurig denkbeeld te geven, ging zijne krachten te boven; zij moesten daarom zijn opftel niet affchrijven, noch van anderen laten lezen, maar terug zenden, opdat zulk eene fobere proeve niet tot de nakomelingfchap overkwame. Dit is ook in de daad niet gebeurd, en 'er is enkel het tweede deel van dezen Brief overgebleven (*) , doch waar aan ook het begin ont breekt; het gene nog voorhanden is, loopt van hel jaar 335 tot 357, en fchijnt in het volgende jaai gefchreven te zijn. Men leest daar in met genoegen , dat het aan het Christendom eigen is, niemanc te dwingen, maar te overtuigen, dewijl de Heen zelf niet geweldig gehandeld, maar het aan ieder; wil overgelaten heeft, of hij hem volgen, of verlaa ten wilde. Doch, als men terftond daar op leest dat athanasius den Keizer, zijnen Oppervorst den Antichrist noemt, en hem met saul, met pi latus , en met de Jooden, die kruis hem! roepen vergelijkt, dan weet men niet, waar die zachte] gevoelens van eenen onfchuldig lijdenden Godzalige man gebleven zijn.

Behalven deze Gefchiedkundige, en Verweerfchri ten, werkte hij, in zijne afzondering, ook zijl voornaamfte Wederlegging van de Dwalingen devAri wen af ('t> Sommige Geleerden hebben gedacht, d dit werk eigenlijk het eerfte deel der voorgemek

G

(*) Historia Arianorum ad Monachos p. 271-312./. (f) Orat. IV. contra Ariauos p. 3IP-511- f' c'

III

boek

VIII Hoofdft. na C. G. Jaar 363. tot 476.

I

e n

f1esratle

c.