Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 235

was. Vergeefs arbeidde basilius aan bet herlM van den Kerkcnvrede; alöm heerschte mistrouwen en argwaan. Zoo fchreef bij aan de Gemeente van fNeoccefarea in Pontus (*), dat wel hun overleden n Bisfchop musonius met hem, tot dit oogmerk niet t, had willen medewerken, uit hoofde van zekere ■ vooröordeclen , maar dat hij denzelven nogthans, tot overëenftemming in het geloof, en deszelfs verr dediging, had opgewekt, meletiüs van Antiöchië en éusebius van Samofata , hoorden onder zijne bijzondere vrienden; maar athanasius van Alexandrië, die insgelijks zijn vriend was, hield met deze Bisfchoppen geene Kerkelijke Gemeenfchap. Zelfs had eustathius van Sehaste niets van zijne oude toegenegenheid verloren, alhoewel deze Bisfchop van vele Katholijken voor een Ariaan, of ten minften Semi-Ariaan gehouden werd.

In het jaar 370 overleed de Bisfchop éusebius van Ccefarea. Terftond daar op fchreef basilius aan zijnen vriend gregorius, dat hij mogt overkomen, alzoo hij doodlijk krank was en affchcid van hem nemen wilde, gregorius begaf zich onder vele tranen op reize ; maar onder weg hoorende, dat de Bisfchoppen op het punt ftonden, om te Ccefarea eenen nieuwen Bisfchop te verkiezen, befloot hij, zijne reize niet voort te zetten. Hij fchreel zelfs aan basilius, dat hij vermoedde, dat deze krankheid door hem verdicht was, om zijnen vriend bij zich te hebben; en hem hier over beftraffende.

raad-

(*) Epist. XX.ynr.4fa9> 108.

III

BOEK

VIII oofdtt. i C. G. W363. >t 476.

BASILIUS

wordt Bisfchop van Ca> farea.

Sluiten