Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

BOEK VIII

Hoofdlt. ra C. G

jaar 363 tot 476,

1

i

ï c I z

g

h,

3i KERKELIJKE zich ook bij de graven meermaalen fchimmen of fchaduwbeelden der verftorvenen bevinden, omdat hunne zielen nog fteeds aan de ftofre hangen Of ; door zorgvuldigheid in dit leven; of door zuiverin* na hetzelve, wordt de ziel van hare verbinding met de redeloze hartstochten bevrijd. — Vervolgends zegt hij: Het Godlijk oordeel heeft het firafen der Zondaar en niet tot zijn hoofddoelwit; veel meer werkt het enkel goed, nademaal het hetzelve van het kwaad afzondert, en tot gemeenfchap der zalig heid brengt. - Even daarom moet men in het tegenwoordig leven zijne ziel of volkomen onbevlekt van de zonde bewaaren; of, indien dit wegens het hartstochtelijke van onze natuur niet mogelijk is, daar voor zorgen, dat het flechts geringe, ligt te fenezen misjlagen zijn, opdat de zuivering niet een hijna eeuwig tijdperk beflaan moge. Wanneer ééns rolftrekt alles verbeterd zal zijn, dan zal God alles 'n tn allen zijn, zegt de Apostel. Van de leer Ier Op/landing handelende, beweert hij uitdrukjk (*), dat de ziel, naardien zij van God gefcha" «n is, geenszins noodzaaklijk boos is; maar uit racht van haren vrijen wil, of voor het goede de ogen fluit , of door de lagen van den vijand onzes vens, tot ondeugd verleid wordt, of zich voor deüvc wacht.

Andere leerjiellige, ( dogmat ifche,) opuellen van regorius, zijn grootendeels veel korter, en over * geheel Se"°men, min gewigtig; maar echter op-

mer*

(*) Pag. 238,

Sluiten