Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 14?

Altaar, in het vervolg alle mannen en vrouwen elken zondag brood en wijn op den Altaar zouden leggen, opdat zij door deze opofferingen zoo wel van h het pak hunner zonden ontheven . worden, als ook ™ verdienen zouden, medegenoten te zijn van aerl £ en andere offerende rechtvaardigen; maar alle onge- hoorzamen zouden door banvloeken ter neder ge; worpen worden. Vervolgends bevelen zij ook dé tienden op te brengen, opdat het gebed der Pries* teren den volke vrede en heil mogt verwerven,

Misfchien kan ons niets van de hebzucht en tti~ I haaligheid der Geestelijken van dezen tijd een leven- sf digcr begrip geven, dan het werk van salVianus , 1 van wien wij eene verdediging van het Christen- 1 dom gemeld hebben (*), hetwelk hij* volgends den , gewonen titel, fchreef, tegen de gierigheid, (ad ver fits avaritiam Libri quatuor,) maar hetwelk veeleer verdiende genoemd te worden voor de gierigheid, (pro avaritia) (f)- b de Handfchriften draagt het een' anderen tijtel: Timothei ad Ecclefiam Catholicam LL. IV. omdat salvianus het opgefteld heeft, als eenen Brief aan de Katholijke Kerk; offl zich zeiven, als Schrijver, nog meer te verbergen, haalt hij het in zijn ander werk (§) aan als den arbeid van iemand anders, maar in eenen bijzonde-

reri

(*) Zie V Deel, Bladz. 69.

(f ) êrnesti Progr. de avaritta Ecclefiastica Opusa Tbeol. pag. 559. De gewoone tijtel is van gennadius 4e Viris Illuftr. Cap. 67.

Gubernatione Dei Libr. IV. pag, 54<

ut

BÖEit

XII

oofdih

C. G.

ar 47Ö"; il Ó22»

ioek van

*LVIA-

us over e rijkommenIer Gees • elijken«

Sluiten