Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

BOEK XIII

Hoofdlt. na C. G Jaar 476, tot 622,

; I 1 ( ( 1

234 KERKELIJKE

De Hiërarchie begrijpt alle Heilige ambtsverrichtingen in zich enz. Vervolgends behandelt hij den doop, de verlichting, (cpmtfM,) welke eene foort van Godlijke geboorte is; het vieren van het Heilig Avondmaal; de inwijding van den Heilige Olie; de inwijding tot Kerkelijke ambten en den Monnikenftand; eindelijk, de gebruiken, die bij overledenen in acht genomen moeten worden. Van dit alles verklaart hij de geheimen en verborgenheden, en dat alles in eenen gedwongenen fiijl vol van nieuwgefmeedde zeldzame woorden en famenvoegingen, onverftaanbaar en dweepachtig.

Het is dus zeker, dat wij uit de Apostolifche tijden geene verzameling van Kerkelijke Wetten overig hebben. Toen de Kerkvergaderingen vermenigvuldigden, maakten dezelven Kerkregels en voorfchriften, doch welke, omdat zij alleen gefchikt waren iroor bijzondere Gewesten, niet algemeen aangenonen noch bewaard werden. Het werk van sabi«js, Macedoniaanfchen Bisfchop van Heraclea in Thraci'ê, in de eerde tijden der Vde eeuw, hetwelk nen voor eene verzameling van zoodanige Kerkelijke Wetten plagt te houden, was meer eene verzameing van handelingen en echte ftukken dezer Kerk'ergaderingen, (<rw»ya>yfi rcov SwoSixaw,) dan van lerzelver befluiten, tot zijn bijzonder gebruik, en ocrates, die 'er in zijne Kerkelijke Gefchiedenis ükwijls van gewaagt, befchuldigt hem bovendien an partijdigheid en ontrouw, door het invullen of /eglaten der oorfpronglijke ftukken. Wat de algemeene Kerkvergaderingen betreft, derzei-

Sluiten