is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

BOEK I

Afdeel. IV Hoofdft. na C. G. Jaar 622. tot 814.

92 KERKELIJKE

zeer waarfchijnlijk, dat alles volgens eene affpraak tusfchen hem en leo gefchiedde. Hij verwierf zich toch, door dezen tijtel, den eersten rang onder de Westelijke Mogendheden, en vernietigde te gelijk alle nog overige aanfpraken, welke de Griekfche Keizers op Rome maken mogten.

Uit het eenvoudig gefchiedverhaal is blijkbaar, dat leo geenszins het Westersch Keizerrijk aan karel opgedragen heeft, uit hoofde van eenig gezag, of magt, welke hij als Bisfchop van Rome daartoe kon bezeten hebben, neen, men moet hem aanmerken als een der voornaam de Romein fche grooten , die in naam des volks, karel tot hunnen Opperhoofd verklaarde , in plaats der Griekfche Keizers, aan welke zij zich reeds federt eenigen tijd onttrokken hadden, terwijl karel insgelijks reeds te voren de dadelijke Opperheerfchappij in Rome oefende, aan welke dus enkel de tijtel ontbrak. Dit blijkt ook uit het volgende gedrag van leo , die karel als zijnen Vorst eerbiedigde, en hem elders in zijne brieven , zijtien doorlucht igft en Heer (Sereuisjimus Dominus) noemt; ook verzekert ons eginhard, de levensbefchrijver van karel (*), dat deze Vorst geheel Italië van August'a Pretoria, (thans Aosta in het Vorstendom Piemont) tot in het benedendeel van Calabrië, alwaar de Grieksch - Keizerlijke landen begonnen , beheerscht hebbe, en nog meer uit karels uiterjlen wil (f), in welken hij 21 hoofd/leden van zijn rijk optelt, en onder dezen Rome en Ravenna in de eerde plaats. Qp.

( *) De Vit. Car. M. c. 15. (f ) Ibid. c. 33.