is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. "1

Deze eerbied voor Reliquiën was niet enkel volksgeloof, of een deel der Monniken Godzaligheid, neen, zij was algemeen heerfchende in de Kerk, en de fchranderde verdanden prezen denzelven aan. Op de tweede Kerkvergadering te Nicea, in het jaar 787, las de Bisfchop basilius van Ancyra terdond in het begin zijne Geloofsbelijdenis voor, waar in hij onder anderen zeide (*): „ hij bad om de voorfpraak van onze onbevlekte vrouw, de Heilige Moeder Gods, der Heilige en Hemelfche Krachten, en van alle Heiligen; ook nam hij derzelver heilige en eerwaardige overblijffelen met alle verëering aan; en aanbad die eerbiedig, (rtwrixMs jrjojxuvft»,) terwijl hij verzekerd was, aan derzelver heiligheid deel te krijgen." De voorzittende Patriarch tarasius keurde deze verklaring, in naam der vergadering, niet alleen volkomen goed; maai de vergadering bevestigde ook vervolgens alle foor ten van verëering der Heiligen, ook plaatde zij on der hare beduiten de volgende, dat geene Kerk zon ingewijd worden, zonder Reliquiën in dezelve te brengen, en dat de Bisfchop, die dit verwaarloozen zou, zou afgezet worden. De vermaarde er geleerde alcuin verzocht den Patriarch van dqui Jeja, paulinus, om een ftukje van het levendmakende kruis, tot een bewaarmiddel, of van andert Reliquiën , (reliquiarum patrocinia ) ( f). Ooi ftelde hij levensbeschrijvingen en gedichten op ter een

dei

(*) Tom. IV. Concil. hard. p. 41. (f) Ep. XXXVI. Tom. I. Opp. p. 49.

IV

BOEK i

Afdeel. V

Hoofdft. naC. G. Jaar 622. tot 814.