Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

boek II

Afdeel. II

Hoofdft. na C. G. Jaar 814. lot 1073,

1 1 ) | 1 1 t i 1 \

Christendom onder de Sorben. l Stichting j van verfcheidene 15

146 KERKELIJKE

tuigende, kregen zij vergiffenis, alleen werd den Hertog opgelegd, een Klooster tot boete te ftichten. Met dit al beweerden de Palen naderhand, dat de Bohemers een verkeerd ligchaam hebben medegevoerd, in plaats van hunnen adalbert (*). Dus ging het in Bohemen even als bij andere Christelijk geworden Natten in het Westen. De Bisfchop deelde met den Vorst in de regering; over beiden heerschte de Paus; Kerken, Kloosters, Heiligen, Wondergefchiedenisfen eu alle overige bijgelovigheden volgden in de gewone orde op malkanier. —• spitigner n, Hertog van Bohemen, na ie dood van zijnen Vader, in het jaar 1055, ver>ond zich tot eene fchatting van 100 ponden zilrers aan de Paufelijke kamer, waar voor Paus niko-aas LI hem vrijheid fchonk, om bij den Godsdienst >nder de Koorheeren te zitten met den Bisfchoppeijken Mijter, (Mitra,) op het hoofd, vermoedejk als een bewijs van zijne bijzondere Godvruchigheid (f). — Zijn Broeder wratislav, die hem 1 het jaar io6x opvolgde, werd door Keizer hen* irik. IV, in het jaar 1086, met de Koninklijke /aardigheid befchonken. —

Toen het Christendom zich omtrenr het midden :er Xde eeuw dus in Bohemen reeds merkelijk had itgebreid, kwam het ook onder de Sorben, hunne aburen, die met hen vermaagfchapt waren. Deze ïagtige Slavifche Stam woonde tusfchen de Sak, EU

be9

C) cosm. Prag. L. II. balbiN. /. c. p. 104.

(t) cosmas Pragenjls.

Sluiten