is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

EOEK iV

Hoofdft, na C. G. Jiano73 tot 1517.

024 KERKELIJKE

hij bevreemdt zich, dat de Kanfelier, een man van kennis,van eene goede verftandhoudingfprak tusfehen zijnen Meester en den Paus: „Gij weet toch wel," fchrijft hij, „ dat de Paus de eenige Vorst is, wien allen moeten gehoorzamen, — hij is de plaatsbekleder van Christus, die over Rome heerscht; hij heeft dus geene reden, om zich aan iemand te verpligten, onder den naam van verftandhouding of verbond, en het voegt aan onderdanen niet, met hunne Heeren verbindtenisfen te willen fluiten." Hij fluit met eene vermaning aan zijnen vriend, om zich liever door het gezag der Roomfche Kerk, dan door eenen aanval op hetzelve, beroemd te maken; zoo zou hij zich verdienftelijk maken bij de Kerk van Mentz; ook zouden dan voor hem en zijne vrienden des te meer voordeelen en eerbewijzen opgehoopt worden.

Kort daar na ftelde hij tegen de bezwaren, welke de Kanfelier mayer ontvouwd had, nog een bijzonder werk op, onder den titel: Defcriptio de ritu, fitu, moribus et conditione Germaniae, hetwelk reeds in het jaar 1510 op last van Keizer maximiliaan I. door jakob wimfeling, een' Priester te Spiers, wederlegd werd. In dit werk gebruikt de Kardinaal allerhande middelen, om het gezag van den Paus tegen alle bezwaren te verdedigen, niet zonder drogredenen en verdraaijingen , doch wat kan men al niet verwachten, wanneer men in eenen anderen Brief van /eneas leest , dat hij aan zekeren Doctor, knorr , die waarfchijnlijk in Brandenburgfchcn dienst ftond, en die naar het fchijnt door zijnen eed aan

zij-