Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

BOEK IV

Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517.

Ridderorden de Maagd

MARIAVa

Bethlehem en vanhetg< zelfchap vaujEzu;

930 KERKELIJKE

daar na in dien des Keizers, van wien hij den Poetifchen Lauwerkrans in het jaar 1442 ontving, wat hij vervolgens verrigt hebbe, ten voordeele van het Roomrcbe Hof, heeft ons de Gefchiedenis reeds geleerd. Hij heeft zijne eigene Levensgefchiedenis tot omtrent dezen tijd toe befchreven in eenen Brief van het jaar 1456 (*).

Nog in het Conclave had hij met de overige Kardinalen eene verbindtenis aangegaan , waar bij de geen, die tot Paus zou verkoren worden, plegtig beloofde, niet zonder goedvinden der Kardinalen Rome te zullen verlaten, hunnen raad in alles te zullen innemen en volgen, en meer andere voorregten aan hen te zullen toekennen; maar zijne drift toteenen kruistogt tegen óeTurken, deed hem eene algemeene vergadering der Christelijke Vorsten beleggen té Mantua, waarheen hij zich, hoewel ziekelijk zijnde , reeds in Januarij 1459, in het midden van een guur winterweder, op reis begaf.

Kort voor dat hij Rome verliet ftichtte hij eene r nieuwe Geestelijke Ridderorde , ( nova Religio, ) , tegen de Turken , die haren Zetel zou hebben op het Eiland Lemnos, zij zou den naam voeren van de Orde der Maagd maria van Bethlehem. Maar dewijl kort daar na Lemnos van de Turken veroverd werd, verviel deze Orde van zelve. Nog werd van dezen Paus eene Orde, het gezelfchap van jezus , ingefteld, insgelijks tegen de Turken , ter verdediging van het Christelijk geloof, ook dit gezel-

(*) Epist. 201.

Sluiten