is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

BOEK VI

Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517.

96' KERKELIJKE

de beide Ordens in het jaar 1244 en 1249 Brieven van den Paus, in welken de Univerfiteit geboden werd, hun de hooge waardigheden, als zij ze verdienden, mede te deelen. Maar in het jaar 1254 zag innocentius IV, door de menigvuldige klagten tegen hen ingebragt, zich genoodzaakt, de regten der Wereldlijke Geestelijkheid te handhaven; doch dewijl hij kort daar na ftierf, ftrooiden de Dominikanen en Franciskanen uit, dat hij door God geftraft was, en dewijl zij zich open'ijk lieten verluiden, dat zij den Paus dood gebeden hadden , ontftond 'er een fpreekwoord: ., Lieve Heer , verlos ons van de Litanien der Bedelmonniken. " Ojk verzamelden deze vrijwillige armen groote rijkdommen , waar door zij trotschen laatdunkend werden, en hunne Kloostertucht fpoedig verviel, terwijl zij hun aanzien aan de Hoven dikwijls misbruikten. Weinig fcheelde 'er aan, of de Dominikanen hadden den Franfchen Koning lodewyk. IX , ook de Heilige bijgenaamd, bepraat, om de kroon neder te leggen , en een Monnik van hunne Orde te worden. Een van hen vraagde den Vorst eens, of hij wel zou wenfchen, zoo veel van den Zoon van God dagelijks in handen te hebben, als het ligchaam van de Maagd maria in zich bevat had. Toen de Koning dit met ja! beantwoordde, onderrigtte hij hem verder, dat hij, om zalig te worden , alles verlaten, en het kruis van zijne Orde op zich nemen moest; alsdan zou hij fchiehjk tot het Priesterdom opklimmen, en dagelijks in de Mis den Zoon van God in handen bekomen. De Koning was door deze voorftellingen

ge-