Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS.

227

Paus innocentius III, in het jaar 1199, wegens dit onderwerp naar Metz gezonden (*). In de eerfte, gefchreven aan al de inwoners der gemelde ftad en het daar toe behoorende Kerspel, zegt hij: dat hij van den Bisfchop verftaan had, dat onder hen vele Leeken en vrouwen, uit fterke begeerte naar de Heilige Schrift, zich de Euangelien, de Brieven van paulus, de Pfalmen, de Zedeleere van hiob, (dit. is de zoogenoemde Uitlegging van gregorius den Grooten over dit Boek,) en meer andere in het Fransch hadden laten overzetten, en zich onderftonden , in hunne geheime vergadering volgens deze Overzettingen te leeren; en ook ftout genoeg waren, om aan hunne Pfarheeren, die hen deswegens beltraften, te antwoorden, dat hun uit de Schrif bekend was, dat hun dit niet verboden mogt worden. Sommigen, zoo vervolgt de Paus, verachttei ook de eenvoudigheid van hunne Priesters, en mor den heimelijk, wanneer dezen hun het woord de: heils voordroegen, dat zij hetzelve beter in hunni boeken hadden, en het ook verftandiger konden uit drukken. Vervolgens onderneemt de Paus hun t< bewijzen , hoe verkeerd hun gedrag was. Hunn geheime fluipvergaderingen ftreden tegen den wil vai God, die bevolen had, dat het Euangelie openlijl zou gepredikt worden, maar zulke werken der duis ternis waren aan de Ketters eigen. *Ook mogten d< verborgenheden des geloofs niet aan allen zonde onderfcheid, maar alleen aan zulken bekend gemaak

wof

(*) Innocent. III. Epistt. L. II. Epist. 14.1, 14^.

P 2

V

BOEK

vil

Hoofdft. na C. G. ]aarlo73« tot 1517.

Sluiten