Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

BOEK VII

Hoofdft. na C. G Jaario73. tot 1517,

348 KERKELIJKE

verders te doen, nademaal zij hem, zonder bewilliging der Roomfche Kerk, ook alsdan niet als eenen Heiligen vereeren mogten, wanneer 'er zelfs wonderen door hem gedaan waren. Door dezen Paus is in het jaar 1161 eduard, Koning van Engeland, en theobald , een Kluizenaar bij Vicenza; in het jaar 1164 eene weduwe in Zweden, helena, als ook knut de Jongere, Koning van Denemarken; in het jaar 1173 thomas becket, Aartsbisfchop van Canterbury; en in het volgende jaar bernhard, Abt van Clairvaux, onder de Heiligen geplaatst.

paschalis III, Tegenpaus van alexander, fchonk in het jaar 1165, op verzoek van Keizer frederik I, aan karel den Groeten insgelijks den rang van Heiligen. Doch, alzoo hij in het vervolg als een fcheurings Paus befchouwd is geworden, zoo is deze Kanonizering meer ftilzwijgend geduld, en karels godsdienftige vereering hier en daar toegelaten, dan in de geheele Roomfche Kerk aangenomen. Met een meer algemeen gezag benoemde klemens III in het jaar 1189 den voormaligen Apostel der Pommeranen , otto , Bisfchop van Ramberg, tot eenen Heiligen van zijne Kerk. bernward , Bisfchop van Hildesheim, verkreeg dit voorregt in het jaar 119a van coelestinus III. In het jaar 1193 werd deze eer door denzelfden Paus bewezen aan gualbert, ftichter der Congregatie van Valombrofe. De Keizerin kunigunda , Gemalin van Keizer henrik II, welke Keizer reeds in het jaar 1152 door eugenius III voor Heilig verklaard was,

werd

Sluiten