is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

BOEK VIII

Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517

23a KERKELIJKE

hem voorzegd was. Thans werden vijftien van zijne ergfte vijanden tot zijne Rigters beftemd. Deze lieten hem meermalen op het wreedst pijnigen, om . hem de bekentenis af te persfen, dat zijne voorzeg' gingen valsch en geenszins Goddelijk waren. Doch hij herhaalde, flechts de woorden: Neem, Heere! mijne ziele! en bad God, als men hem eenige rust liet, op zijne knieën voor zijne beulen; zeide wel midden onder de verfchrikkelijkfte fmarten eenige duistere en dubbelzinnige woorden, uit welke zijne vijanden met geweld eene bekentenis opmaakten, maar zonder iets te kunnen voortbrengen, wat des doods waardig was. Dus verhaalt weder zijn vriend picus. Maat volgens het verhaal van burchard , die zijne berigten aan het Pausfelijk Hof ontving, viel dit onderzoek, (indien men anders de poging, om eenen befchuldigden door de Pijnbank tot bekentenis te brengen, een onderzoek noemen kan) zeer tot zijn nadeel uit. hieromymus, zegt hij, was al zevenmaal gepijnigd, toen hij om barmhartigheid fmeekte, en aanbood, alle zijne misdaden te belijden en op te fchrijven. Hij deed dit., zoo ah men verzekerde, op meer dan 80 bladzijden. Daar onder was bijzonder het volgende; ,, hij had nooit eene Goddelijke Openbaring gehad; maar wel eene verftandhouding met verfcheidenen van zijne Ordensbroederen te Florence en in ver afgelegene gewesten; deze hadden hem de Biechten van geloovige Christenen met derzelver geheele namen bekend gemaakt, waardoor hij in ftaat was gefield, om aan de Biechtenden, zelfs wegens zonden, in het geheim beleden,