is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na C. Jaaris tot 15

328 KERKELIJKE

G. van den Baljuw wirth op haar mans voorgaande 7- gedrag; zijne deugd verkreeg zelfs het getuigenis _ van den voorgaanden Groot-Baljuw, thans Afgevaardigde van Zug. „ Ik zou , zeide deze : gaarne zijn voorfpraak zijn, indien hij geroofd, geplunderd, ja zelfs gemoord had; maar nu hij het Beeld der zalige st. anna , de Moeder der Heilige Maagd, heeft verbrand, kan er gene genade voor hem wezen."

Eindelijk ontvingen de ongelukkigen hun vonnis. De vader wirth en de oudfte zoon werden ter dood gedoemd, doch, om deze wreedheid met een' fchijn van genade te vernisfen, fchonk men den jongden zoon het leven. Den vader werd als misdaad te last gelegd zijne deelneming in de verbindtenis (Confederatie,-) der gemeenten; zijne poging , om den Pastoor van Stein te verlosfen, het verbrijzelen der Beelden te Stammheim, en oproerige gelprekken, tegen de Beelden gehouden. De oudfte zoon werd verooi deeld, omdat hij de Lutherfche en Zwingüaanfche fecte gepredikt had' Met bedaarde kalmte hoorden vader en zoon hun vonnis aan. Zij waren onfchuldig! wirth vergde zijnen jongden zoon, in de laatde oogenblikken nog de belofte af, dat hij nooit zijns vaders dood zou wrecken op iemand, die daartoe had medegewerkt, en na het laatst vaarwel eikanderen gezegd te hebben, ontvingen beiden, vader en zoon, den doodelijken dag op het fchavot, met diezelfde dandvastigheid, welke zij te midden der folteringen getoond hadden.

Het