Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na C. G.

Jaari5i7 tot 1552.

(♦) Men heeft onlangs in het Ihllandsch vertaald een Fransch werk van lanthier, Les Foijageurs en Suüfe. onder den titel: De Reizigers in Zwitferlana, Amflcrd. 1810. In het Me Deel, Bladz. 17. dezer vertaling fe zen wij eene fchetfe van het karakter van calvin, door eenen Horologiemaker te Geneve, zoo het heet, ontworpen: „ Onze voorouders," zeidehij, „ befchouwden hem als een „ wonderbaarlijk mensch; dit is hij in der daad door de „ verhevenheid zijner denkbeelden, door zijne belange„ loosheid; maar de onbuigzaamheid van zijn karakter, „ zijne verwaandheid, zijne trotschheid, en de ftraf van „ servet, die eertijds zijn vriend was, maken zijne na„ gedachtenis bij alle gevoelige harten gehaat." En Bladz. 15. zegt de Schrijver zelf: „ calvin ontkent „ den vrijen wil, en beweert, dat God ons gefchapen „ heeft, om eene prooi der Duivelen te worden, dewijl „ hem zulks behaagt. -_ In onze dagen zou men wel „ een middel ter zijner verbetering gehad hebben."

Aldaar. „ Hij predikte dagelijks, en gaf driemalen ., 's weeks lesfen in de Godgeleerdheid."

Bladz. \6. „ Hij werd de wetgever en leeraar der „ ftad; de zeden van dien tijd leveren een tafereel van „ losbandigheid, muitzucht en misdrijven op."

lakthier verhaalt ook op die Bladzijde: dat bij eene pest in het jaar 1542 de Bedienaars van den Godsdienst weigerden de ongelukkigen in het Hospitaal te bezoeken,

28 KERKELIJKE

hoogmoed en heerschzucht; van wreedheid en lief. delooze onverdraagzaamheid; en eindelijk vindt men in zijne leere zeer veel te bedillen (*). Het is hier de plaats noch ons oogmerk , eene

ver-

Sluiten