Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 133

in het vuur te gaan, als in de eetplaats, om fpijze te nemen. Zijne boeken en fchriften werden hem meermalen ontnomen ; zijn nooddruft onthouden. Men dreigde hem bij nacht in een' zak te verdrinken; maar ook dit kon zijne ftandvastigheid niet verwrikken. Eenige lieden van achtbaarheid zochten, door hunne voorbede, ruard's toorn te ftillen, doch zonder iets uit te rigten. Evenwel fcheen deze Kettermeester op een' tijd zoo ver bewogen , dat hij den Pastoor van St. Jacobs te Leuven aan Heer engel zond, om eenige fchikking met den gevangenen te maken. Maar ruard wilde gebeden zijn, en geen gewag gemaakt hebben van het gepleegde bedrog. Vervolgens eischte hij , dat merula op nieuw op vele punten zou antwoorden , die daar tegen vorderde, dat men hem eerst zijne fchriften zou wedergeven. Middelerwijl begon men te Leuven meer en meer kennis te krijgen van des gevangenen zaak. Vele leden der Akademie riepen , dat men ongelijk en geweld deed. Een Doctor en Profesfor der Godgeleerdheid fprak zoo veel goeds van hem, dat tapper denzelven bij zich ontbood, en hem beval, zoo hij niet in zijne ongenade wilde vallen, nu zoo veel kwaads van hem te ftrooijen, als hij te voren goeds van hem gezegd had. Ook verbood men hem Brieven te ontvangen of af te zenden, ten zij men die eerst las.

ruard eindelijk ziende, op deze wijze niet tot zijn oogmerk te komen, verzocht aan Koning filips, dat hij den gevangenen buiten Braband mogt vervoeren. Dit toegedaan zijnde, bragt men den I 3 Pas-

na C. G. faari5i7. tot 1552.

Sluiten