is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 235

cblijke gevolgen moest toch naar den aard der zake deze halsstarrigheid hebben, als die, met geweld, indruischte tegen de gewoonten diens tijds , tegen het gevoelen des volks, tegen de kracht eener nog niet afgefchafte wet, tegen de algemeene vrees voor een fchromelijk bederf der Kerke , en tegen de zwakheid van derzelver handhavers en beltuurders. Niet dan te laat fchijnt servetus , toen al de hoop op vrijfpraak verijdeld was , van die halsftarrighejd berouw gehad te hebben, welke hij nu zag, dat hem den dood had berokkend. En daar die halsftarrigheid, gelijk wij gezien hebben, haren wortel had in de gewaande vriendfchap, die hem te Geneve van zekere lieden werd toegedragen, met geen ander oogmerk, dan om kalvijn te doen vallen, zoo had hij dan in den grond der zake alleen aan de doortrapte, maar mislukte baatzucht van dezen zijn ongeluk te wijten. Merkwaardig zijn de woorden van den oordeelkundigen van mosheim, waarmede hij in zijn meermalen aangehaald werk een vertoog fluit , alleen ingerigt, om kalvijn met servetus te vergelijken, en den eerften zoo veel hem mogelijk was, van het misdadige, tegen den anderen begaan, vrijtepleiten (*). „kalvijn," fchrijft hij, ,, zoo wel als servetus , waren , met alle hunne zwakheden , beide opregte , godzalige,

man-

ego dhjtmulo , quin officii mei duxerim , hominem plus quam ohftinatum & indomitum, quoad in me crat, eompefcere, ne longius manaret coniagio. (*) Zie 'ïHians m. a. Ferfuch enz. BI. 258.

na C. G.

JaarisiT. tot 155a.