is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niC. G Jaarisi7

tot 1552,

1*4 KERKELIJKE

, in Duitschland, door een vooraf langzaam opgekomen ' licht van godsdienftige opklaring waren voorbereid , was het geenszins vreemd, dat velen hunner niet alleen het ganfche Schoolfche zamenftel der Christelijke leer befchouwden, als bedorven door de fcholastiekerij der middeneeuwen, maar ook de leer zelve, in alle punten, hielden voor eene uitvinding van menfchen, uit de Wijsgeerte der oude Grieken grootendeels ontleend en opgehaald. Met zulk een overdrift van verftandelijk onderzoek viel hun oog voornamelijk op de leer van Gods natuur. Zoo als die in de Kerk algemeen beleden werd, was zij, naar hunne meening, ongerijmd. In den Bijbel werd zij gansch andeis voorgedragen. Van de wijsgeerige 'omkleedfels der Scholen behoorde zij ontdaan te worden. Maar hoe werd zij dan in den Bijbel voorgedragen? Daarin konden deze ijverige zoekers naar waarheid het niet ééns worden. Wij hebben gezien, hoe de vermelde Antitrinitarisfen hierin van eikanderen verfchilden; en zoo was het met alle de overigen. De gefchiedenis is in dezen eene onwraakbare getuige. In het vervolg zal alle bedenking, die er misfchien hieromtrent nog overblijft bij fommigen, van zelve genoegzaam wegvallen. Dit zoo zijnde, is het dan ook, over het geheel, onwaar, hoe waarfchijnlijk voor het overige het berigt zij van een, te gemelden tijde in Venetië beftaan hebbend, genootfchap van Antitrinitarisfen , dat , gelijk er door sandius , lubieniezki en wissowatius, door den eenen iuidelijker, dan door den anderen , wordt bij gemeld, alle deszelfs leden het oude gevoelen van

phq-