Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t ia G. C.

I «an552l;oc 1700.

1

28 KERKELIJKE

fche; inzonderheid ook naar Engeland, Ierland} Zwitferland; en insgelijks naar ons vaderland , waar zij met broederlijke liefde ontvangen, en dadelijk door allerlei onderlleuningen werden voortgeholpen. De taal des lands niet magtig zijnde, verkozen zij meestal die lieden ter hunne woonplaats, waar reeds lang Waalfche gemeenten geweest waren, of zoo zij in andere (leden gingen wonen, waar zulke gemeenten niet waren, bekwamen zij de vrijheid, om gemeenten op te rigten, die alzoo den naam van Franfche kerken kregen (*). Onder deze Franfche vlugtelingen waren vele geleerden, kunllenaars, fabrikanten , ambachtsmannen, werkzame lieden, die daar zij alles verlaten hadden, dus wel laag gedaald waren, maar door hunne fchranderheid, door hunne bekwaamheid en vlijt, (Iraks, onder hunne nieuwe medeburgers, weder opklommen tot eenen zoo goeden (land, als waarin zij zich weleer bevonden hadden. Niemand was den (laat, die hen had opgenomen, tot last. De Overheid befchouwde hunne noeste bezigheden , gepaard met een (lil gedrag, als een offer der dankbaarheid, als eene rijke belooning voor het goede, dat men haar bewezen had. Wat hebben wij, om ons Hechts te bepalen

tot

(*_) Zoodanige Franfche kerken zijn er, bij voorbeeld, te Groningen, Harderwijk en Veere, opgerigt ten dien tijde. De overige gemeenten zijn oorfpronkelijk Waalfche gemeenten , gefticht reeds ten tijde der hervorming , door vervolgde en herwaarts overgekomene Waalfche Hervormden.

Sluiten