Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 14J

waar van zij zich overreed hielden; vrijmoedig kvva-1 men zij met hunne gevoelens voor den dag; zij . waren edeldenkend, voorzigtig en zedig. Zij wa- ] ren, met één woord, Godgeleerden, zoo als regtfchapen Godgeleerden behoorden te zijn. Van hen kon men dus, met betrekking tot de Syltematischdogmatifche Godgeleerdheid, niets anders verwachten, dan het gene goed en fchoon is. Van zwinglius, die de hoofdperfoon onder de Zwitferfche Hervormden geweest is, heeft men twee, hier meldenswaardige gefchriften, die wel niet den vorm van een dogmatisch Syftema hebben , maar toch dogmatifche verhandelingen zijn, in zich bevattende eene eenvoudige en gegronde voordragt van wel ontwikkelde en verklaarde geloofswaarheden, duidelijk en bondig uit den Bijbel bewezen , door gegronde redeneringen krachtig geftaafd, en tegen andersdenkenden mannelijk verdedigd. De geheele voordragt daarenboven is geheel vrij van alle fchoolfche haarkloverijen , waar Van de dogmatiek der Roomfche Godgeleerden zoo geheel vol was. zwinclius had de wijsgeerte van aRistoteles , als met de Christelijke Godgeleerdheid onbeftaanbaar, uit zijn onderrigt geheel gebannen. De twee ftraks gemelde fchriften , door zwinglius uitgegeven , waren Eene korte en christelijke inleiding in de Evangelieleer (*); en uitlegkundig vertoog over den

wa-

(*) Brevis in Euangelicam doctrinam Ifagoge. Inferta est excellentisfimi viri operibus; Tom. I. p. 1264-378; edit. Tig. a. 1581.

ia C. G.

[aari552. ot 1700.

Sluiten