Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 151 )

ten weldra dat zy aileenlyk Raaden in fchyn waren, en in alle deelen van dc burgery afhingen ; na zo 'veel gedaan te hebben, begreep deeze dat zy onaf hangelyk moesten weezen : zy verhoorde klagten en fpraken vonnisfen uit.

Veelen was het onverdraagclyk te moeten zien dat braave Regenten gewelddaadig geremoveerd waren, in naam der burgery, zonder dat die geenen, welken waarlyk tot het burgerfchap behoorden, waren opgeroepen, en veel minder gehoord werden : deezen fielden derhalven met er haast een request aan den Raad op, het welk op éénéri dag door n00 burgers ondertekend , en ook op den zelfden 7 Mei ingeleverd werd: in het begin daarvan betuigden zy, dat zy niet alleen , maar nog ontelbaar veele anderen met hun, met de Staats- en Erffiadhouderlyke Regeering te vreden waren, als die door zo veele privilegiën en verordeningen, voornaamlyk in den jaare 1766, vastgefteld was geworden: daarna zeiden zy dat eenige fioutmocdige menfchen hunne onrechtvaardige verlangens eene ftemme des volks wilden noemen; dan, het was bekend, dat zy zo wel als deezen, burgers waren: met betrekking tot de overige inwooners had Hechts een klein gedeelte van hun , de overhaaste befluiten afgeperst, en zy zouden den nieuwen zogenaamden Raad, nooit voor wettige Regenten erkennen, enz.

Dit request , hoe vol zuivere waarheid het ook ware , werd echter door den Raad te rug gegeeven ; waarop de inleveraars zig tot de Staaten keerden; zy deeden aldaar hetzelfde voorftel , met verzoek om het^ gedrag van een klein gedeelte van den Raad , op den 21 April en 7 Mei , voor illegaal te verklaaren, en geenen van de nieuwe, onrechtmaatig verkoozene Raaden , in de vergadering der Staaten te gedoogen.

Eenige duizenden van burgers bragten weder een adres in, waarin zy nogmaals verklaarden , met de Staats - en StadK 4

Sluiten